Alcohol als acceptabele harddrug

Huisarts Joost van de Putte

Alcohol is volgens de kenners een harddrug. En zelf ben ik ook een kenner. Voornamelijk een whisky-kenner. Ik weet alles van de verschillende brouwerijen, smaaknuances en stookprocessen. Ik hou van whisky. Van de gezelligheid die erbij hoort. Van de verfijning in smaak. En van de sfeer die het oproept in mijn hoofd.

Ik hou gelukkig niet van dronkenschap. Controleverlies is niks voor mij, heb ik geleerd toen ik jong was. Dus ik drink nu en dan een glaasje in het weekeinde. En ik ben inmiddels een net zo gerijpte huisarts als de whisky’s die mijn voorkeur hebben. Dus ik weet dat ik na een glas of twee of drie de kurk weer op de fles moet draaien.

Kinderen hebben die rijping niet. Die moeten zichzelf nog ontdekken. En volwassen remmingen zijn nu juist zaken waar ze een hekel aan hebben. Waarom stoppen met iets dat lekker is en waar je zo gezellig van wordt? En volwassenen drinken ook, dus op de weg naar volwassenheid kom je blijkbaar nu eenmaal alcohol tegen. Niet drinken is kinderachtig. Toch?

Vinden wij volwassen lieden alcoholgebruik bij jongeren een probleem? Dan ligt de oplossing dus voor de hand. We moeten zelf stoppen met drinken. Geen glaasje na het eten. Geen borreltje meer op een verjaardag. En geen rokerig flesje van een obscuur Schots eiland dat jaren heeft liggen rijpen in een speciaal geselecteerd vat. Dat ontdoet alcohol van haar aantrekkelijkheid en het is overzichtelijk.

Maar misschien is de alcohol zelf het probleem niet. Misschien is het de omgang ermee. Het taboe, het gedoe. Als we nu eens eerlijk zeggen dat we alcohol beschouwen als een acceptabele harddrug. En dat we zelf allemaal hebben moeten leren hoe we het een plekje in ons leven konden geven. Dat we graag genieten, maar in onze eigen en verstandige mate.

Joost van de Putte
Huisarts Stad Aan’t Haringvliet